Onderzoek naar verkoop van Joods vastgoed in Rijswijk
In dit artikel:
Op 23 mei 2024 nam de gemeenteraad van Rijswijk een motie aan om onderzoek te laten doen naar de rol van de gemeente bij de koop en verkoop van Joods vastgoed tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Een onafhankelijk onderzoek heeft nu geconcludeerd dat de gemeente Rijswijk niet betrokken was bij onteigening of verkoop van Joodse woningen tijdens de bezetting. Van de onderzochte huizen die tijdens de oorlog zijn verkocht blijkt dat na de bevrijding rechtsherstel heeft plaatsgevonden (teruggave of herstel van eigendoms‑ en juridische posities).
Het onderzoek richtte zich ook op de vraag of overlevenden of nabestaanden na de oorlog nog erfpacht of belastingen moesten betalen over die woningen; die aspecten zijn meegewogen in het rapport. Het onderzoeksrapport, getiteld “De houding van de gemeente Rijswijk naar omgang met Joods roerend goed tijdens en na de Tweede Wereldoorlog”, is overhandigd aan het college van burgemeester en wethouders. Onderzoeker Anton van Renssen en de begeleidingscommissie boden het rapport aan wethouder Mark Wit aan. Wit benadrukte de pijn van die periode en dankte de onderzoekers voor hun zorgvuldige aanpak: “Dit onderzoek helpt ons om deze moeilijke periode in de geschiedenis van Rijswijk beter te begrijpen.”
Dit lokale onderzoek sluit aan bij bredere Nederlandse inspanningen om helderheid te krijgen over onroerend goed en rechtsherstel uit de oorlogstijd.