De doorstroomtoets en het vertrouwen in de leerkracht?
In dit artikel:
Tijdens de Open Huizen merkte Philip de Vries, rector/bestuurder van het Alfrink College in Zoetermeer, dat gesprekken met ouders en leerlingen uit groep 7 en 8 vrijwel altijd snel uitkomen op de doorstroomtoets (voorheen de Cito-toets). Hij had liever gezien dat de gesprekken gingen over interesses, talenten, sfeer en begeleiding: het kind zelf. De Vries signaleert dat de toets in Nederland te veel gewicht heeft gekregen bij het vaststellen van het schooladvies.
Volgens hem ontstaat er een probleem zodra de toetsuitslag hoger is dan het advies van de groepsleerkracht: leerkrachten moeten dan stevig verdedigen waarom ze het advies niet aanpassen, vaak onder druk van ouders en bij een hoge werkdruk. Daardoor krijgt de toets vaak het laatste woord, met soms onnodige teleurstellingen later op de middelbare school, terwijl de leerkracht mogelijk wél het juiste inschatte.
De rector benadrukt dat toetsen nuttig zijn — vooral om taal- en rekenniveau vast te stellen en om te bepalen welke ondersteuning een leerling nodig heeft — maar waarschuwt tegen het overmatig laten bepalen van het advies door één score. Leerkrachten zien meer dan een getal: werkhouding, doorzettingsvermogen, nieuwsgierigheid en sociale vaardigheden zijn moeilijk meetbaar maar cruciaal voor een goede schoolkeuze. Professionele intuïtie, opgebouwd uit jaren ervaring, verdient zijn plek in de besluitvorming.
Persoonlijke ervaring onderstreept zijn standpunt: ruim 25 jaar geleden scoorde hij laag op de Cito; zijn juf gaf hem desalniettemin een vwo-advies en dat bleek juist. Zij zei simpelweg: “Gewoon doen.” De Vries pleit ervoor de toets als hulpmiddel te gebruiken en het uiteindelijke advies meer te laten bepalen door de leerkrachten die het kind echt kennen. Twijfel? Ga het gesprek aan met het schoolteam. Dat is volgens hem geen sprong in het diepe maar: vertrouwen.